Achtergrondinformatie
Hier vind je een kleine greep uit alle achtergrondinformatie die er over Suriname voor handen is. Voor meer informatie verwijzen wij naar een aantal interessante links.

Algemeen
Oppervlakte 163.820 km2
Bevolkingsaantal 441.356
Bevolkingsdichtheid 2.7 per km2
Officiële taal Nederlands
Andere talen Sranang Tongo, Javaans, Hindi, Chinees, Engels
Religies Hindoes (27,4%), Protestant (25,2%), Rooms-katholiek (22.8%), Moslim (19,6%)
   
Munteenheid Surinaamse dollar
Bruto Binnenlands Product 1.395.659 (miljoen) sf
Bruto Nationaal Inkomen 1.623171 (miljoen) sf
Nationaal inkomen per capital 3.677.691 sf
Export 399.222.671 US$
Import 456.488.199 US$

Geografie
Suriname ligt op het Guyanaschild in het noordoosten van Zuid-Amerika. Het land grenst in het noorden aan de Atlantische Oceaan, in het oosten aan Frans-Guyana, in het zuiden aan Brazilië en in het westen aan Guyana (de voormalige Britse kolonie).
De hoofdstad van Suriname is Paramaribo.

Suriname is 163.280 m2, (4,8 x Nederland). Het is grofweg in tweeën te verdelen.
De grotendeels in cultuur gebrachte kuststrook met hoofdstad Paramaribo en andere plaatsen.
Het binnenland, ofwel tropisch regenwoud, dat grotendeels alleen per boot of vliegtuig te bereiken is.
De twee gebieden gaan via een savannegordel geleidelijk in elkaar over.

Suriname is verdeeld in 10 districten. Paramaribo, Marowijne, Commewijne, Saramacca, Coronie, Nickerie, Wanica, Para, Brokopondo en Sipaliwini. Sipaliwini is het grootste district en bestrijkt 80% van het land.

Aantal inwoners van de verschillende districten (schattingen 2002)
Paramaribo 233.800
Wanica 76.000
Nickerie 36.900
Sipaliwini 25.800
Commewijne 23.000
Para 15.800
Marowijne 13.900
Saramacca 13.800
Brokopondo 8.000
Coronie 3.200
Bron: Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS)

Verleden tot heden in vogelvlucht
Spaanse ontdekkingsreizigers bereiken het huidige Suriname eind vijftiende eeuw, in de zestiende eeuw gevolgd door Engelse en Nederlandse kolonisten. Het zijn de Engelsen die de eerste succesvolle nederzetting stichten. In 1667 staan zij Suriname af aan Nederland in ruil voor Nieuw Amsterdam, het huidige New York. De Nederlandse kolonie vormt aanvankelijk een plantage-economie die gebaseerd is op slavenarbeid. Na afschaffing van de slavernij in 1863 vindt grootschalige immigratie plaats van contractarbeiders uit Brits-Indië (Hindostanen) en Nederlands-Indië (vooral Javanen). Vanaf 1920 drijft de economie op bauxietexport. Met het Koninkrijksstatuut van 1954 wordt Suriname rijksdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Op 25 november 1975 wordt Suriname een onafhankelijke republiek. Bij verdrag wordt overeengekomen dat Nederland voor 3,5 miljard Nederlandse gulden aan ontwikkelingshulp zal verlenen. Vlak voor en na de onafhankelijkheid vindt een grote uittocht van emigranten plaats die hoofdzakelijk naar Nederland gaan. Een paar jaar later, in februari 1980, plegen 16 sergeanten onder leiding van Desi Bouterse een staatsgreep. Directe aanleiding voor de staatsgreep is de weigering van de regering-Arron om de eis tot oprichting van een legervakbond in te willigen.

Een periode van toenemende repressie bereikt zijn dieptepunt in 1982 met de zogeheten decembermoorden waarbij 15 tegenstanders van het militaire bewind worden geëxecuteerd. De Nederlandse ontwikkelingshulp wordt onmiddellijk stopgezet. In 1986 start het Junglecommando van Brunswijk (een oud-lijfwacht van Bouterse) een strijd tegen het bewind van legerleider Bouterse.

In toenemende mate in het nauw gebracht, zoekt Bouterse weer toenadering tot de 'oude' democratische partijen. Nadat in september 1987 per referendum een nieuwe grondwet wordt aanvaard, verslaat de coalitie Front voor Democratie en Ontwikkeling op 25 november 1987 bij democratische verkiezingen de partij van Bouterse (NDP). De aldus gekozen regering-Shankar wordt echter op kerstavond 1990 via een telefonisch dreigement van de militairen (de zogenaamde 'telefooncoup') door Bouterse ten val gebracht.

Op 24 mei 1991 wint het Front wederom de verkiezingen, waarna Ronald Venetiaan in september van dat jaar tot president wordt verkozen. De regering-Venetiaan zorgt dat het militaire apparaat weer ondergeschikt wordt aan het civiele gezag. Ook wordt weer monetaire stabiliteit bereikt waardoor economisch herstel mogelijk wordt.

Na de verkiezingen van 1996 treedt de regering-Wijdenbosch aan. Nadat in augustus 1997 bekend wordt dat Nederland een opsporingsverzoek tegen Bouterse heeft ingediend wegens handel in cocaïne, bekoelt de verhouding met Nederland. Het is onder de regering Wijdenbosch dat Suriname in november 1997 eenzijdig het overleg over de bestedingen van ontwikkelingsfondsen opzegt. Toenmalig minister Pronk besluit vervolgens dat geen nieuwe verbintenissen uit verdragsmiddelen kunnen worden aangegaan.

De laatste verkiezingen vonden plaats op 25 mei 2000. Winnaar is de coalitie ‘Nieuw Front’ onder leiding van Venetiaan. Op 4 augustus van dat jaar wordt Venetiaan door het Parlement tot president gekozen waarna op 15 augustus 2000 de regering aantreedt. Hierop is de bilaterale relatie met Nederland weer volledig hersteld.

Vlag en wapen
De groene banen van de vlag staan symbool voor de vruchtbaarheid van Suriname. Het wit duidt op gerechtigheid en vrede. De rode baan symboliseert de liefde voor het vaderland. De gele ster is symbool voor de eenheid van de natie en de hoop op een gouden toekomst.
Het wapen van Suriname bestaat uit een schild dat wordt vastgehouden door twee inheemsen, de oorspronkelijke bewoners, met daaronder het devies Justitia-Tietas-Fides (gerechtigheid-vroomheid-trouw). De linkerhelft van het schild staat symbool voor het verleden: een schip waarin verschillende bevolkingsgroepen naar Suriname werden vervoerd. De rechterhelft symboliseert het heden: de koningspalm, ook wel het symbool van de gerechte mens. De ster in het midden van het schild is symbool voor de vijfwerelddelen maar ook voor de vijf grote bevolkingsgroepen in Suriname: inheemsen, bosnegers, creolen, Hindostanen en Javanen.

Staatsinrichting en binnenlandse politiek
Suriname is onafhankelijk sinds 25 november 1975. De Republiek Suriname kent een parlementair-presidentieel systeem. De uitvoerende macht berust bij de president, die zowel staatshoofd als regeringsleider is. Hij wordt gekozen voor een termijn van vijf jaar door het parlement, De Nationale Assemblée (DNA) genaamd. De Assemblée telt 51 leden die voor een periode van vijf jaar gekozen worden via proportionele vertegenwoordiging per district. De Assemblée voert tezamen met de regering de wetgevende macht uit.

Daarnaast bestaat de zogenoemde Staatsraad die als een soort Eerste Kamer functioneert. De Staatsraad kan wetsontwerpen indienen en wetten die door de Assemblée zijn goedgekeurd voor heroverweging terugsturen. De raad bestaat uit de president en vertegenwoordigers van de vakbonden (2 leden), de werkgevers (1 lid), het leger (1 lid) en de politieke partijen in de Assemblée (10 leden).

De huidige regeringscoalitie 'Nieuw Front' (33 zetels) bestaat uit de Nationale Partij Suriname (NPS, 16 zetels, met aanhang onder het creoolse deel van de bevolking), de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP, 10 zetels, aanhang vooral onder de Hindoestaanse bevolking), de Pertjaja Luhur (PL, 5 zetels, vooral aanhang onder het Javaanse deel van de bevolking) en de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA, 2 zetels, voortgekomen uit de vakcentrale C-47).

De regering Venetiaan-II ligt politiek onder druk. Het draagvlak onder de kiezers brokkelt steeds verder af.
De eerstvolgende verkiezingen zijn gepland voor mei 2005. In juni 2003 maakte Desi Bouterse bekend zich wederom kandidaat te stellen voor het presidentschap. Als het inderdaad zover komt, betekent dit weinig goeds voor de relatie met Nederland.

Buitenlands beleid
Regionale integratie, met name op economisch terrein, staat hoog op de agenda van de regering Venetiaan-II. In het Meerjaren Ontwikkelingsplan (MOP) zijn verwerving van nieuwe markten, vergroting van de internationale concurrentiekracht en schepping van meer welvaart in het algemeen als beleidsprioriteiten van de buitenlandse politiek opgenomen.

Participatie in de ACS (Association of Caribbean States) biedt mogelijkheden in de handel, transport en toerismesector. In 1995 is Suriname lid geworden van de CARICOM (Caribbean Community), ten behoeve van een gemeenschappelijke markt voor het merendeel van de Engelssprekende Caraïbische landen. Vanaf 2005 zal Suriname ook onder de FTAA (Free Trade Area of the Americas) komen te vallen.
Er wordt voorts gepoogd de politieke en economische betrekkingen met China, India en Indonesië, de herkomstlanden van drie van de belangrijkste bevolkingsgroepen, te verstevigen.

Suriname en Guyana verschillen van mening over de exacte locatie van de grens tussen beide landen. Het geschil, dat zijn oorsprong vindt in de koloniale tijd, is in juni 2000 opgelaaid toen een Canadese oliemaatschappij proefboringen deed in de territoriale wateren voor de monding van de Corantijn rivier. Beide landen claimen dit gebied.

Bevolking
Op grond van archeolische vondsten wordt aangenomen dat er zeker vanaf 8000 v.Christus mensen hebben gewoond op het grondgebied dat nu Suriname is. Dit waren de voorouders van de huidige indianen, liever genoemd Inheemsen. In 1651 kwamen de eerste kolonisten, Engelsen, vanaf 1654 gevolgd door Portugees-Braziliaanse joden. Zij brachten ook de eerste negerslaven naar Suriname. In 1683 kwamen met de toen Nederlandse kolonisten ook Franse hugenoten mee, die zich als planters vestigden. De instroom slaven hield stand tot in 1863 de slavernij werd afgeschaft. Door het tekort aan arbeidskrachten dat toen ontstond, haalde men van 1873 tot 1916 ruim 34.000 Hindostaanse contractarbeiders uit Brits-Indië naar Suriname, waarvan een derde na afloop van het contract weer naar huis terugging. Om het wegvallen van Hindostaanse immigranten te compenseren begon men Javaanse contractarbeiders aan te trekken. Van 1890 tot 1940 zijn er ruim 32.000 Javanen in Suriname gearriveerd. Allen hadden recht op vrije terugkeer. Omdat het schip dat ze terug moest brengen, Suriname vaak niet aandeed, zijn slechts 8.000 daadwerkelijk teruggekeerd.

Op dit moment telt Suriname ruim 441.000 inwoners. De Surinaamse bevolking vormt nu dus een unieke mix van verschillende culturen, in de loop van de geschiedenis samengebracht door slavenhandelaren en plantage-eigenaren. De grootste groepen zijn de Hindoestanen, de Creolen en de Javanen. Voorts zijn er inheemsen (Indianen), Chinezen, joden, Guyanezen, Brazilianen en Europeanen te identificeren. In Suriname wonen 8.000 personen van Nederlandse origine.

De creoolse bevolkingsgroep is onder te verdelen in boslandcreolen en stadscreolen. De boslandcreolen (ook wel marrons of bosnegers) zijn afstammelingen van weggelopen slaven die zich in het tropisch regenwoud vestigden. Stadscreolen zijn nakomelingen van de slaven die zich na de afschaffing van de slavernij in 1863 voornamelijk vestigden in en rond Paramaribo en zich al snel vermengden met vooral de blanke bevolking.

Economie
De Surinaamse economie is met een dominante positie van de mijnbouw (met name bauxiet, maar ook olie en goudwinning) en een omvangrijke overheidssector weinig gediversifieerd. Het land heeft meer dan honderd staatsbedrijven in alle sectoren van de economie. De overheid is daarmee de belangrijkste werkgever in Suriname. Meer dan de helft van de beroepsbevolking werkt in de publieke sector.

De lokale bedrijven zijn doorgaans meer handels- dan productiegericht. De Surinaamse overheid ziet de agrarische sector en het (eco)toerisme als de belangrijkste groeisectoren voor het nationale bedrijfsleven.

Daarnaast is de informele economie van groot belang. Een belangrijk deel van de Surinaamse economie speelt zich af in het informele of grijze circuit. Schattingen gaan uit van 40 à 60 procent van het nationaal inkomen. Het overgrote deel van de goudexport en een deel van de houtexport geschiedt illegaal. Aan de andere kant gaat ook een groot deel van overmakingen naar het moederland van Surinamers die zich in het buitenland hebben gevestigd via het informele kanaal. Geschenkzendingen en financiële overmakingen uit Nederland vertegenwoordigen op jaarbasis een waarde van naar schatting 60 à 70 miljoen euro.

Sociale situatie
Sinds de jaren tachtig is sprake van een steeds groter wordende maatschappelijke tweedeling. Aan het begin van 2000 leefde volgens een UNDP-studie 63% van de bevolking onder de armoedegrens. Op de Human Development Index van de UNDP nam Suriname in 2003 de 77ste positie in op een ranglijst van 175 landen.
Wat betreft de sociale situatie gaat de politieke aandacht op dit moment met name uit naar de sectoren huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs.

Cultureel erfgoed
UNESCO (de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) heeft de historische binnenstad van Paramaribo op 27 juni 2002 op de World Heritage List geplaatst. Het gaat hierbij niet alleen om de historische gebouwen, maar ook om de straatbeplanting, het stratenplan en de historische ontwateringskanalen, kortom het complete stadsgezicht.

Toerisme
De toeristische industrie in Suriname bevindt zich nog in de ontwikkelingsfase. De branche biedt werkgelegenheid aan zo'n 6.000 personen en de jaarlijkse inkomsten worden geschat op 60 miljoen US dollar. Jaarlijks doen ongeveer 100.000 personen Suriname aan. Het overgrote deel van de bezoekers betreft mensen van Surinaamse origine die ter plekke bij of via familie onderdak vinden. Slechts 10 à 12 procent van de bezoekers verblijft in hotels.
In 1996 is de stichting Toerisme Suriname opgericht; een centrale instantie voor het ontwikkelen van de toeristische sector met als speerpunt van het beleid het ecotoerisme.

Bronnen: EVD en Ministerie van Buitenlandse zaken